prinsjesdag-en-gevolgen-voor-debiteurenbeheer-en-incasso

Nabeschouwing Prinsjesdag en Algemene Beschouwingen: wat betekenen de kabinetsplannen voor het betaalgedrag?

Op dinsdag 15 september presenteerde het kabinet de plannen voor 2027 en inmiddels zijn ook de Algemene Beschouwingen afgerond. De Miljoenennota bevat geen grote klappen, maar ook weinig lucht. Voor het eerst in jaren gaan de meeste huishoudens er licht op achteruit, ondernemers leveren fiscale voordelen in en een aantal pijnlijke maatregelen is niet geschrapt maar vooruitgeschoven. Voor wie facturen verstuurt en op betaling wacht, is dat relevant. In dit artikel zetten wij op een rij wat er verandert en wat dat kan betekenen voor het betaalgedrag van uw klanten.

Eén belangrijke opmerking vooraf... Bijna alle wetswijzigingen moeten nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer, dus de plannen kunnen nog veranderen. Als het parlement akkoord gaat, gelden de meeste maatregelen vanaf 1 januari 2027.

Consumenten: een kleine min, maar niet voor iedereen even klein

Volgens de nieuwste schattingen daalt de koopkracht voor een doorsnee huishouden met 0,1%, waar het CPB eerder nog uitging van -0,3%. Lage inkomens en ouderen gaan er licht op vooruit: een doorsnee laag inkomen met 0,2% en een doorsnee oudere met 0,3%. Het Nibud komt op hetzelfde gemiddelde uit en wijst erop dat dit de eerste koopkrachtdaling voor de meeste huishoudens is sinds de energiecrisis van 2022.

Opvallend is dat lonen harder stijgen dan de prijzen. Het Nibud rekent met een loonstijging van 3,8% en een prijsstijging van 2,7%, wat op papier een plus zou opleveren. Dat die er voor veel huishoudens niet komt, ligt aan de nodige belastingverhogingen. Het tarief in de eerste schijf gaat van 35,75% naar 36,23% en in de tweede schijf van 37,56% naar 38,16%. Bovendien groeien de schijfgrenzen maar half mee met de prijzen. Daarnaast wordt de grens voor het hoogste tarief helemaal niet aangepast.

Het kabinet zet hier wel een aantal verzachtende maatregelen tegenover. Zo gaat de arbeidskorting met €173 omhoog en worden de accijnskortingen op brandstof verlengd. Aan de andere kant daalt de ouderenkorting met €100 en wordt de belasting op leidingwater iets verhoogd. Voor de komende winter komt er bovendien weer een Noodfonds Energie. Dit zorgt voor €193 miljoen voor huishoudens met een laag inkomen en een hoge energierekening, naar verwachting ongeveer 500.000 huishoudens.

Het gemiddelde van -0,1% verbergt wel een kwetsbare onderkant. Het Nibud waarschuwt dat veel huishoudens met een laag inkomen en extra zorgkosten nu al hun minimaal noodzakelijke uitgaven niet kunnen betalen en dat een groep die daar net boven zit er ook onder dreigt te zakken. Dat past in een breder beeld: uit Nibud-onderzoek van juni bleek al dat 38 procent van de huishoudens moeite heeft met rondkomen.

Uitstel is geen afstel

Een belangrijk deel van dit Prinsjesdagpakket bestaat uit uitstel. Het kabinet schrapt de een-op-eenkoppeling van de AOW-leeftijd en ziet af van het verlagen van het maximum dagloon. Andere bezuinigingen in de sociale zekerheid die voor 2027 gepland stonden, schuiven een jaar op, en de kortere WW-duur is uitgesteld tot 1 januari 2029.

Dat geeft huishoudens volgend jaar wat ademruimte, maar ook onzekerheid. Het Nibud vraagt zich hardop af of de klap dan alsnog in 2028 komt. Wie naar de middellange termijn kijkt, doet er goed aan alert te blijven.

Ondernemers: minder aftrek en hogere kosten

Voor ZZP'ers en ondernemers in de inkomstenbelasting loopt de fiscale ondersteuning verder terug. De zelfstandigenaftrek daalt per 1 januari 2027 van €1.200 naar €900. De startersaftrek gaat naar verwachting flink naar beneden en verdwijnt vanaf 2028 helemaal. Ook de meewerkaftrek en de stakingsaftrek worden fors versoberd.

Werkgevers krijgen te maken met hogere loonkosten en strengere regels. Het minimumjeugdloon gaat omhoog, de premie voor de Werkhervattingskas stijgt en vanaf 1 januari 2028 zijn nulurencontracten niet meer toegestaan voor structureel werk. Daarnaast verdwijnt in 2028 naar verwachting de compensatie voor de transitievergoeding bij langdurig arbeidsongeschikte werknemers.

Verder worden verschillende kosten hoger. Werkgevers betalen vanaf 2027 extra belasting van jaarlijks 12% van de cataloguswaarde voor zakelijke benzine-, diesel- en hybrideauto's die privé of voor woon-werkverkeer worden gebruikt. Ook water, afvalverwerking en alcohol worden duurder. Daarnaast gaat in 2028 de btw op bloemen en planten van 9% naar 21%.

Gelukkig zijn er ook lichtpuntjes. Het maximum van de forfaitaire innovatiebox gaat van €25.000 naar €100.000, de Energie-investeringsaftrek wordt verhoogd van 40% naar 45,5% en de accijnskorting op benzine en diesel blijft in 2027 bestaan. Toch is het totaalbeeld voor de economie niet onverdeeld positief. Volgens RaboResearch worden grote maatschappelijke knelpunten met dit pakket waarschijnlijk niet opgelost, ook niet op de langere termijn.

Wat betekent dit voor betaalgedrag en incasso?

De koopkrachtcijfers zijn klein, maar betaalproblemen ontstaan zelden bij het gemiddelde. Ze ontstaan bij de groepen die geen buffer meer hebben. En die buffer staat al een tijdje onder druk. Van de mensen die moeilijk rondkomen, gebruikt bijna 60% hun spaargeld om de rekeningen te kunnen betalen. Een kleine koopkrachtdaling kan voor hen precies het verschil maken tussen op tijd betalen en een achterstand.

Een koopkrachtdaling van 0,% klinkt als niets, maar in onze dossiers zien wij dat betaalproblemen zelden bij het gemiddelde beginnen. Ze beginnen bij huishoudens en ondernemers die al op de rand balanceren. Voor die groep kan een kleine tegenvaller het verschil maken. Ons advies aan opdrachtgevers is daarom: wacht niet tot de achterstanden oplopen, maar zoek vroeg het gesprek met uw klanten. Dat is niet alleen effectiever, het is ook eerlijker naar mensen die hun rekeningen wel willen betalen maar even niet kunnen. • Arjan Stigter, CEO van Ultimoo

Op basis van deze plannen verwachten wij bij Ultimoo een aantal ontwikkelingen. Organisaties met veel particuliere klanten, zoals energieleveranciers, zorgverzekeraars, telecombedrijven en verhuurders, moeten rekening houden met meer betalingsachterstanden in de winterperiode, vooral bij huishoudens met lage inkomens en hoge vaste lasten. Het Noodfonds Energie kan hier een deel van de druk wegnemen, mits klanten er tijdig gebruik van maken.

In de zakelijke markt zien wij een ander mechanisme. Wanneer ZZP'ers en MKB'ers aftrekposten verliezen en hogere kosten krijgen, komt hun marge onder druk. Dat vertaalt zich vaak in langer wachten met het betalen van leveranciers en zo schuift het probleem door de keten. Tot slot zorgt het uitstel van bezuinigingen naar 2028 ervoor dat 2027 een relatief rustig jaar kan lijken, terwijl de onderliggende risico's niet zijn verdwenen.

Vijf tips om u voor te bereiden

  1. Breng uw debiteurenpositie nu in kaart
    Kijk welke klanten nu al later betalen dan gebruikelijk. Wie nu uitloopt, loopt in de winter vaak verder uit.

  2. Handel snel bij de eerste achterstand
    Hoe eerder u contact opneemt, hoe groter de kans op volledige betaling. Een tijdige herinnering werkt beter dan een late aanmaning.

  3. Bied ruimte waar het kan
    Een realistische betalingsregeling levert vaak meer op dan een dossier dat vastloopt. Maak afspraken wel concreet en leg ze schriftelijk vast.

  4. Wijs klanten op beschikbare hulp
    Klanten die hun energierekening niet kunnen betalen, kunnen mogelijk terecht bij het Noodfonds Energie. Wie problemen vroeg herkent en doorverwijst, voorkomt vaak grotere schulden.

  5. Kijk kritisch naar zakelijke klanten
    Controleer de kredietwaardigheid van nieuwe zakelijke klanten en houd bij bestaande klanten de betaaltermijnen scherp in de gaten, zeker in sectoren die de nieuwe kostenstijgingen direct voelen.

Tot slot

Prinsjesdag 2026 brengt geen schokgolf, maar wel een verschuiving. Er is iets minder koopkracht, minder fiscale steun voor ondernemers en een deel van de lastige keuzes worden doorgeschoven naar later. Voor organisaties die afhankelijk zijn van tijdige betalingen is dit het moment om de debiteurenprocessen tegen het licht te houden.